Gevonden worden in ChatGPT: zo laat je je bedrijf aanbevelen door AI

Steeds meer klanten vragen ChatGPT om een aanbeveling. Zo zorg je dat AI-zoekmachines je website kunnen lezen, begrijpen en citeren — in vier stappen.

“Welk bedrijf in de buurt kan mijn badkamer verbouwen?” “Wie kan ons helpen met het automatiseren van facturen?” Steeds meer mensen stellen die vraag niet meer aan Google, maar aan ChatGPT, Copilot, Claude of Perplexity. En die geven geen lijst met tien links, maar een antwoord — met een paar bronnen en soms een concrete aanbeveling.

Word jij daarin genoemd? In dit artikel lees je hoe AI-zoekmachines bronnen kiezen en wat je in vier stappen kunt doen om je kansen te vergroten. Zonder trucs, want die werken hier nog minder dan bij gewone SEO.

Hoe kiest ChatGPT zijn bronnen?

Als ChatGPT op internet zoekt, gebeurt grofweg dit:

  1. Zoeken. Het systeem zoekt pagina’s die bij de vraag passen, via eigen crawlers en zoekindexen.
  2. Lezen. Het haalt die pagina’s op en leest de relevante passages.
  3. Kiezen. Uit alle gevonden passages kiest het er een paar die het antwoord het best onderbouwen.
  4. Antwoorden. Het schrijft een antwoord en noemt die bronnen.

Belangrijk om te weten: AI-zoekmachines citeren passages, geen hele pagina’s. Een alinea die op zichzelf een heldere vraag beantwoordt, heeft meer kans om gekozen te worden dan een tekst waarin het antwoord verstopt zit tussen inleidingen en verkooppraat.

De crawlers van OpenAI

OpenAI gebruikt verschillende crawlers, elk met een eigen doel:

Crawler Doel
OAI-SearchBot Pagina’s ophalen om ze in ChatGPT-zoekresultaten te tonen en te citeren
ChatGPT-User Een pagina ophalen als een gebruiker daar tijdens een gesprek om vraagt
GPTBot Content verzamelen die gebruikt kan worden om modellen te trainen

Blokkeer je OAI-SearchBot, dan verschijn je volgens OpenAI niet in de zoekantwoorden van ChatGPT. GPTBot kun je los daarvan toestaan of blokkeren — dat is een keuze over training, niet over vindbaarheid.

Andere AI-zoekmachines werken vergelijkbaar. Microsoft Copilot leunt op de zoekindex van Bing, en Claude en Perplexity hebben hun eigen crawlers.

Stap 1: zorg dat AI je site kan lezen

Dit is de basis, en hier gaat het verrassend vaak mis.

  • Controleer je robots.txt. Blokkeer de zoekcrawlers van AI-diensten niet per ongeluk. Een veelgebruikte opzet is: zoek- en gebruikerscrawlers toestaan, en zelf bepalen wat je met trainingscrawlers doet.
User-agent: OAI-SearchBot
Allow: /

User-agent: ChatGPT-User
Allow: /

# Zelf kiezen: trainingscrawler toestaan of blokkeren
User-agent: GPTBot
Allow: /
  • Check je hosting en firewall. Sommige hostingpartijen en beveiligingsdiensten blokkeren AI-crawlers standaard. Kijk in de instellingen of je de bots die je wilt toelaten niet buitensluit.
  • Lever leesbare HTML. Sites die hun inhoud pas via JavaScript in de browser opbouwen, zijn voor crawlers lastiger te lezen. Een site die direct complete HTML levert, is in het voordeel.
  • Meld je aan bij Bing Webmaster Tools. Omdat Copilot op Bing leunt — en Bing ook breder in AI-zoekfuncties een rol speelt — is een goed geïndexeerde site in Bing waardevol. Gebruik daarnaast IndexNow om nieuwe pagina’s direct aan te melden.
  • Zorg voor een sitemap, snelle laadtijden en een site die goed werkt op mobiel.

Stap 2: schrijf inhoud die als antwoord kan dienen

AI-zoekmachines zoeken het beste antwoord op een vraag. Schrijf dus antwoorden.

  • Begin met de kern. Zet het antwoord bovenaan een sectie, en de onderbouwing eronder.
  • Eén vraag per sectie. Gebruik tussenkoppen die vragen zijn of duidelijk aangeven wat er beantwoord wordt.
  • Wees concreet. Cijfers, voorbeelden, rekensommen en stappenplannen zijn beter te citeren dan algemene beweringen.
  • Verwijs naar betrouwbare bronnen. Onderzoek naar AI-zoekmachines wijst erop dat pagina’s die zelf naar gezaghebbende bronnen verwijzen, vaker als betrouwbare bron worden gekozen.
  • Houd het actueel. Zet een datum op je artikelen en werk ze bij als er iets verandert.
  • Gebruik gestructureerde data. Markeer veelgestelde vragen, artikelen, diensten en je organisatie zo dat machines ze zonder twijfel begrijpen.
  • Laat zien wie je bent. Wie schreef het, wat is je ervaring, waar ben je gevestigd? Dat helpt bij het inschatten van betrouwbaarheid.

Stap 3: word ook buiten je eigen site genoemd

AI-zoekmachines kijken niet alleen naar je eigen website. Ze leunen sterk op een beperkte groep bronnen die ze vertrouwen: grote nieuws- en vakmedia, reviewplatforms, forums, Wikipedia en video’s. Word je daar genoemd, dan verschijn je vaker in antwoorden — ook als je eigen site niet direct geciteerd wordt.

Praktisch voor het mkb:

  • Reviews op Google en relevante branche- en reviewplatforms;
  • een compleet Google Bedrijfsprofiel met dezelfde naam, adres en contactgegevens als op je site;
  • vermeldingen in vakmedia, brancheverenigingen en lokale nieuwssites;
  • actief zijn waar je klanten vragen stellen, zoals LinkedIn, forums en communities — met echte hulp, geen reclame;
  • samenwerkingen en cases die partners op hun eigen site publiceren.

Stap 4: meet het

Meten is nog lastig, maar niet onmogelijk:

  • Bezoekers uit AI-diensten. In je statistieken zie je verkeer van onder meer chatgpt.com, copilot.microsoft.com en perplexity.ai als verwijzende website.
  • Bing Webmaster Tools heeft rapporten (in preview) die laten zien wanneer je site als bron wordt genoemd in AI-antwoorden van Copilot en Bing.
  • Zelf testen. Stel regelmatig de vragen die jouw klanten stellen aan ChatGPT, Copilot en Perplexity, en houd bij of en hoe je genoemd wordt. Doe dat met verschillende formuleringen — de antwoorden variëren.

Wat níet werkt

  • Trucjes en verborgen tekst om AI te beïnvloeden. Dat is onbetrouwbaar en kan je juist schaden.
  • Massaal AI-teksten publiceren zonder eigen inzicht. AI-zoekmachines hebben weinig reden om een tekst te citeren die nergens anders in uitblinkt.
  • Alleen vertrouwen op llms.txt. Kan geen kwaad, maar er is geen bewijs dat het meetelt bij het kiezen van bronnen.

Checklist

  1. Robots.txt: zoekcrawlers van AI-diensten niet geblokkeerd.
  2. Hosting en firewall blokkeren de gewenste crawlers niet.
  3. Site levert complete, snelle HTML.
  4. Aangemeld bij Google Search Console én Bing Webmaster Tools, met sitemap.
  5. IndexNow voor nieuwe pagina’s.
  6. Inhoud in vraag-en-antwoordvorm, concreet, met bronnen en een datum.
  7. Gestructureerde data voor organisatie, diensten, artikelen en FAQ’s.
  8. Reviews, bedrijfsprofiel en vermeldingen op andere betrouwbare sites.
  9. Verkeer uit AI-diensten meten en regelmatig zelf testen.

Conclusie

Gevonden worden in ChatGPT is geen trucje, maar het logische gevolg van een site die technisch toegankelijk is, vragen écht beantwoordt en ook elders genoemd wordt. Wie dat goed op orde heeft, wint zowel in Google als in AI-zoekmachines.

Wil je een website die vanaf de basis gebouwd is om gevonden te worden — in Google én in AI? Lees meer over een website laten maken.

Veelgestelde vragen

Kun je betalen om in ChatGPT te verschijnen?

Nee, niet in de gewone antwoorden. ChatGPT en andere AI-zoekmachines kiezen hun bronnen zelf. Je vergroot je kans door je site technisch toegankelijk te maken, inhoud te schrijven die vragen echt beantwoordt en ervoor te zorgen dat je ook op andere betrouwbare sites genoemd wordt.

Moet ik GPTBot blokkeren?

Dat is een eigen keuze. GPTBot verzamelt content die gebruikt kan worden om modellen te trainen. Voor het verschijnen in ChatGPT-zoekresultaten is een andere crawler belangrijk: OAI-SearchBot. Die twee kun je los van elkaar toestaan of blokkeren.

Werkt een llms.txt-bestand?

llms.txt is een voorstel om AI-systemen een overzicht van je site te geven. Het kan geen kwaad, maar er is geen bewijs dat grote AI-zoekmachines het gebruiken om bronnen te kiezen. Besteed je tijd liever eerst aan techniek en goede inhoud.

Is dit iets anders dan gewone SEO?

Het bouwt erop voort. Een technisch gezonde, goed vindbare site met sterke inhoud is de basis voor beide. Het verschil zit vooral in de vorm: AI-zoekmachines citeren losse passages, dus elke alinea moet zelfstandig een vraag kunnen beantwoorden.

Arnout de Boer is oprichter van Pixel Ploeg en bouwt AI-automatiseringen, websites en campagnes voor Nederlandse bedrijven.